De eetbare tuin

De tijd is voorbij dat we de moestuin en  de siertuin als strikt gescheiden delen in de tuin bekijken. Alles is verweven en het kan allemaal samengaan. Dat is leuker, mooier én handiger. De tijd is ook al lang gepasseerd dat we de moestuin een rechthoek perceel moet zijn. Leve de creatievere vormen, liefst de afgeronde want dat 'verzacht' de aanblik. 

Hoe leuk is het als we veel eetbare soorten gewassen hebben doorheen onze tuin? Het hoeft dus niet op een apart perceel maar dat kan natuurlijk nog wel steeds. Ik help je hier verder met het ontwerpen van je eigen eetbare tuin.

Het is gebaseerd op de principes van voedselbos, permacultuur, agroforestry, perennial gardening en het bodemvoedselweb. Meewerken met de natuur om zoveel mogelijk opbrengst én plezier te oogsten uit je tuin.

Een voedselbos (Forest Garden) is een ‘open bosrand-landschap waarvan het overgrote deel van de planten eetbaar zijn. Het is een door de mens ontworpen ecosysteem naar het voorbeeld van een natuurlijk bos met als doel voedsel te produceren. Een officieel voedselbos moet minimum een halve hectare groot zijn. Daarom spreek ik van een eetbare tuin. 

Permacultuur betekent het in harmonie samenwerken tussen mens en natuur, ofwel alles wat leeft, waarbij er voor de mens voldoende opbrengst is, zonder dat deze de natuur uitput of schaadt, het is een landbouwmethode die tegelijkertijd ecologisch duurzaam en economisch rendabel is.


De 12 principes van permacultuur volgens David Holmgren

  1. Observeer en handel ernaar
  2. Vang energie en sla die op
  3. Zorg voor opbrengst
  4. Pas zelfregulering toe, accepteer terugkoppeling
  5. Maak gebruik van en waardeer hernieuwbare grondstoffen en diensten
  6. Produceer geen afval, maak kringlopen
  7. Ontwerp natuurlijke patronen naar detail
  8. Verenig eerder dan te scheiden
  9. Heb geduld, waardeer kleine en trage oplossingen
  10. Gebruik randen en waardeer het marginale
  11. Anticipeer op veranderingen en wees creatief


Heb je een (nieuw) stuk tuin dat je wil aanleggen tot een eetbare tuin? Of wil je het doen doorheen heel je tuin?

Ook al is het niet groot, een eetbare tuin is altijd mogelijk!

Dan gaan we meteen van start!


Gelaagde opbouw

Een voedselbos bestaat uit 9 groeilagen:

  1. Kruinlaag, hoge bomen, meer dan 8 meter
  2. Kleinere bomen, grotere struiken, 3-8 meter
  3. Klimmers
  4. Struiken, 1-3 meter
  5. Kruidlaag, 20cm-1m
  6. Kruipers en bodembedekkers, tot 20cm
  7. Wortels en knollen
  8. Waterplanten
  9. Paddenstoelen, mycelium, mycorrhiza

Deze gelaagdheid komt helemaal overeen met de gelaagdheid die je al eerder tegenkwam in deze cursus bij het principe van gelaagdheid maar dan in een uitgebreidere versie.


  1. Boomlaag 
  2. Struiklaag
  3. Kruidlaag
  4. Bodembedekkers

Soorten per laag

We gaan in onze eetbare tuin voor elke laag een aantal interessante soorten oplijsten die hiertoe behoren én die in onze tuinen en klimaat goed groeien. Kies uit de volgende soorten:

1. Kruinlaag, hoge bomen, meer dan 8 meter

  • Walnoot
  • Kastanje

2. Kleinere bomen, grotere struiken, 3-8 meter

  • Appel
  • Peer
  • Kers
  • Pruim
  • Amandel
  • Berk
  • Vijg
  • Mispel
  • Moerbei
  • Vlierbes
  • Lijsterbes
  • Hazelaar
  • Krentenboom

3. Klimmers

  • Druif
  • Kiwi
  • Passiebloem
  • Wingerd
  • Snijboon
  • Boomspinazie
  • Rankspinazie
  • Hop
  • Schijnaugurk
  • Klimerwt

4. Struiken, 1-3 meter

  • Bosbes
  • Veenbes
  • Allerlei bessensoorten, frambozen  ---> zie plantenlijst bessenstruiken
  • Hybiscus
  • Hondsroos
  • Erwtenstruik (stikstofbinder --> blad dat op grond valt is meststof)
  • Doornloze braam
  • Herfstolijfwilg (Eleagnus umbellata): goed voor windkeringen: ontdekking! uit te testen!
  • Cornus kousa var. Chinensis: lekkere vruchten?

5. Kruidlaag, 20cm-1m

  • Kruiden  ---> zie plantenlijst keukenkruiden, ook looksoorten
  • Bloemen
  • Meerjarige groenten
  • Citroenmelisse
  • Artisjok
  • Rabarber
  • Asperge
  • Aardbei
  • Berberis: zuurbes: lekker?

6. Kruipers en bodembedekkers, tot 20cm

  • bosaardbei
  • hondsdraf
  • paardenbloem
  • distel
  • duizendblad
  • kaasjeskruid
  • groenbemesters zoals lupine, wikke, klaver
  • speenkruid
  • brave hendrik
  • roomse kervel
  • hosta
  • eeuwige spinazie

7. Wortels en knollen

  • daslook en andere uien- en looksoorten
  • wortelen
  • aardpeer
  • aardappelen
  • pastinaak

8. Waterplanten

9. Paddenstoelen, mycelium, mycorrhiza: hier weet ik nog erg weinig van, deze soorten zijn zelf te enten, meer info op homegreen.nl of groenetakken.nl

  • Beukenzwam
  • Blauwplaat
  • Bundelzwam
  • Franse bruine champignon
  • Franse witte champignon
  • Fluweelpootje
  • Koningsoesterzwam
  • Oesterzwam
  • Populiereneemhoed
  • Pruikzwam
  • Shiitake


Perennials

Doorlevende meerjarige dus vaste planten zijn het merendeel van de planten. In tegenstelling tot onze klassieke moestuinen waar vooral éénjarigen en soms ook wat tweejarigen staan.

Groot voordeel is dat doorlevende planten veel minder werk zijn, je moet niet elk jaar 'opnieuw' beginnen.


Bodem

De bodem is een levend wezen: hoe beter je er zorg voor draagt, hoe meer het jou kan geven. Volgens het permacultuurprincipe spitten we zo weinig mogelijk omdat dit de bodem verstoort en dit de bodemvruchtbaarheid niet ten goede komt. De bodem bevat een complex netwerk van micro-organismen die plantenresten omzetten in elementaire stoffen (mineralisatie proces). Dit maakt voedingsstoffen beschikbaar voor de nieuwe planten die groeien. 

In de permacultuur wordt gewerkt met een dikke mulchlaag van (vaak) compost dat op de bodem wordt gelegd. Dit kan je in je tuin ook doen op de plekken die je wil gebruiken als border. Eerst een laag (onbedrukte) karton op het gazon, en daarop een 20 cm dikke laag compost. De compost moet dan ofwel een tijdje blijven liggen (onbeplant) ofwel moet je er zeker van zijn dat ze goed is uitgerijpt, anders onttrekt die nog stikstof aan de planten die je erin zet.

Tussen wortels van planten leven bacteriën en schimmels die in symbiose met elkaar samenleven. Als de grond onbedekt is met planten (wat we dus niet aanraden), dan breekt de organische stof sneller af dan wanneer er gewassen op het land staan. Hoe meer organische stof in de bodem aanwezig is, hoe beter het bodemleven zich kan ontwikkelen, hoe beter de bodem vocht en voedingsstoffen kan vast houden en weer kan afstaan. 

Conclusie: 

  • hou de grond bedekt (met mulch of compost of plantenresten) 
  • probeer zo weinig mogelijk te spitten

Er bestaan verschillende soorten bodems: zand - leem - klei en alle mengelingen daartussen, en dat heeft zo zijn gevolgen voor de plantenkeuze, kies de juiste plant voor de juiste plaats, maar daarover vertel ik je later meer. Dat zou ons nu te ver leiden. 

 


Wind(kering)

Dit principe uit Voedselbossen (Martin Crawford) vind ik heel interessant. Het geeft wat wetenschappelijke uitleg van zaken die we vaak al intuïtief doen. Bovendien is dit principe niet enkel nuttig voor in de opbrengsttuin, maar gewoon om in je tuin aangename microklimaatjes te creëren waar het aangenaam vertoeven is.
Ik leg het je even uit.

De meest voorkomende windrichting in ons land (België, Nederland) is zuidwest.
Snijdend koude winterwind komt uit het noordoosten, maar komt niet zo vaak voor. Deze wind is wel een regelrechte killer voor minder winterharde planten (zoals amandelen, perziken, abrikozen). Daarvoor kan windkering of beschutting heel erg nuttig zijn. Windkering realiseer je met bomen en struiken.

De afbeelding hieronder (bron: Praktisch Handboek Voedselbossen) illustreert het aanzienlijke effect dat een windscherm heeft op de luchtstroming. Met een haag creëer je een beschutte zone erachter.
Een tweede haag parallel aan de eerste verhoogt de luwe zone. Zet je nog bomen en andere lagen van planten ertussen, dan creëer je nog meer beschutting.


Nadelig effect van een haag op naburige planten
Een haag vormt een dichte en uitgestrekte wortelmat die uitstrekt tot de afstand van de helft tot de hele hoogte van de haag. Daardoor zie je vaak dat planten die ernaast staan het moeilijker hebben vanwege de wortelconcurrentie. Een optie is op deze strook te gebruiken als een permanent pad.


Als je perceel niet vlak is, dan is de berekening ingewikkelder en afhankelijk van helling tegenover de heersende windrichting.

Ideaal gezien bescherm je elke kant van je perceel, maar de kant die blootgesteld is aan de heersende wind (dus meestal zuidwestenkant) heeft de hoogste prioriteit. Daarnaast ook oostkant om te beschermen tegen de koude oostenwind die de vroege bloeiers in de lente kan beschadigen.

Probeer openingen in windkeringen te voorkomen, omdat ze een windtunneleffect veroorzaken. De wind versnelt er met 15% en beukt vervolgens in op wat er achter ligt. Natuurlijk heb je hier en daar een toegang in de haag of heg. Daar kan je werken met een verspringende of een schuine opening.

Soorten planten voor windkeringen

Dit is een selectie van soorten uit het handboek voedselbos waar ik zelf kan achterstaan. Maar je kan hiervoor ook de plantenlijst voor hagen en heggen gebruiken die ik maakte. Of ook uit de plantenlijst van de struiken.

  • Alnus soorten: voor vochtige bodems
  • Eleagnus umbellata: herfstolijfwilg --> wintergroen, stikstofbinder, zelf nog geen ervaring mee
  • Prunus cerasifera: kerspruim
  • Salix soorten: wilg: snelle groeier, vochtige bodem
  • doornige soorten (ben ik zelf geen fan van): Berberis, duindoorn
  • Rubus tricolor: doornloze braam op bestaande afrasteringen


Ontwerp van je eetbare tuin

Dit is waar ik zelf het meest op vastloop bij de voedselbossen en permacultuurtuinen die ik al zag. Het is vaak een vrijgeleide om alles maar te laten groeien en dan wordt het een wilde boel en heb je weinig opbrengst, maar ook weinig genot, want je kan er gewoonweg niet meer door. Voor mij persoonlijk mag er dus wel wat meer structuur in zitten. Een doordacht plan. De Sun Trap is een mooi voorbeeld van hoe structuur zowel schoonheid als opbrengst als rust en plezier kan brengen.


Sun Trap

Dit is een idee dat Katrien tijdens een live sessie naar boven haalde en het is een heel fijn concept om mee aan de slag te gaan. Het geeft meteen een totaal ontwerp van hoe je eetbare tuin eruit zou kunnen zien.
De U-vormige windkering met opening naar het zuiden en de gelaagdheid zorgen voor een microklimaat en een maximale opbrengst op de beschikbare oppervlakte.





Hoe starten?

Tijd en geduld zijn noodzakelijke ingrediënten want de houtachtige planten moeten groeien en dat neemt tijd in beslag. Maak eerst je plan van je eetbare tuin helder. Dan werk je van boven naar beneden.


Dit zijn de meest logische stappen:

  • Aanplanten van de structuur:  de windkering 
  • Verdere structuur aanplanten van hoog naar laag: bomen en struiken met enkele stikstofbindende struiken
  • Aanplanten van kruidlaag en bodembedekkende laag (vaste planten - perennials) + stikstofbinders
  • Aanplanten van éénjarigen, tweejarigen en klimmers + stikstofbinders
  • Open plekken, zitplekken, wandelpaden aanleggen
  • Open plekken kunnen dicht groeien doordat bomen en struiken meer schaduw gaan geven, dan ga je schaduwplanten inbrengen


Eetbare soorten


In de plantengids voor het voedselbos (Madelon Oostwoud) staan heel veel soorten waarvan ik niet wist dat ze eetbaar zijn. Blijkbaar is er veel meer eetbaar dan we denken. Ik ben zo gaan kauwen op een jong beukenblaadje maar vond het toch geen gastronomische ontdekking. Blad van linde, berk, eik, geroosterde eikels, jonge schors van eik, ...Het is leuk om te weten dàt het eetbaar is, maar daarom ga ik het nog niet in mijn salades verwerken. Nog andere soorten zoals de peulen van Judasboom die blijkbaar ook rauw en gekookt eetbaar zijn. Akelei heeft een eetbaar blad en bloem. Het is even wennen maar goed om nieuwe eetbare soorten te ontdekken. Ik wil vooral LEKKERE soorten ontdekken dus graag jullie aanvullingen op bovenstaande lijsten!


Zelfvoorziening

Om volledig zelfvoorzienend te zijn uit je eigen eetbare tuin, zal je een paar toegiften moeten doen in je eetpatroon (minder granen, of van kastanjemeel). Als je het minder ambitieus ziet (zoals ik), kan je het zien als een leuke manier om te snoepen van je tuin, om speciale soorten uit te testen, en te gaan experimenteren.


Voordelen van een eetbare tuin:

  • eerst en vooral: genieten van lekker vers uit eigen tuin
  • biodiversiteit door een bos na te bootsen: veel verschillende soorten en rassen geven een veerkrachtig ecosysteem, minder kans op ziekten en plagen.
  • oogstspreiding: leuk als er lange tijd iets te eten te valt.
  • oogstbaarheid: hazelaarsoorten met  dikke, makkelijk te kraken noten, doornloze bramen.
  • smaak: we zoeken naar planten met de meest uitgeproken smaken.
  • gezondheid: duindoorns en bosbessen (vit C),  zwarte bessen, frambozen, ...
  • ziekteresistentie:  kies voor ziekteresistente fruitrassen.
  • ook enkele speciale soorten: sechuan-peper, olijfwilg, honingbes, kiwibes zijn weinig bekende planten maar wel leuk om te hebben uit eigen tuin. (de opscheppertjes)
  • evenwicht: na een aantal jaren na de aanplanting zou er een evenwicht moeten komen, waarbij het systeem zichzelf min of meer in stand houdt. Maar het zal (zoals alles) altijd in beweging blijven.
  • bodem bedekt houden betekent dat de bodem beter beschermd is tegen harde regen of uitdroging

Meer lezen



En ook nog leuk: de Anastasia boeken van Vladimir Megre: Anastasia creëerde ook haar voedselbos ergens verstopt in Rusland. Sinds ik die boekenreeks las, eet ik pijnboompitten nooit meer op dezelfde (onbewuste) manier. Beetje speciale lectuur en je moet ervoor openstaan, maar ik vond het wel inspirerend.


In de maandelijkse Online Meeting van het Online Atelier Tuinontwerp lichtte ik dit thema ook toe, je kan het hier herbekijken als je dat graag wil:


To plant a garden is to believe in tomorrow.

keyboard_arrow_up
Webshop by

{{ popup_title }}

{{ popup_close_text }}

x